Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
20 oktober 2017
Agenda
Zwolsche Adviesgroep 500

Jongerenvakantie (column Nick Hoekman)

Geplaatst op: 10 augustus 2017

Vijftien jaar, toen ging ik voor het eerst zonder m’n ouders op vakantie. U weet wel, zo’n vakantie waarin je voor het eerst zelfstandig bent. En zelfstandig zijn houdt in dat je ook je eigen ontbijt mag bepalen zonder dat moeders zich ermee bemoeit. Lang leve het ontbijten met broodjes kroket. Want, kroketten zijn het beste tegen een kater. (Misschien is een appel dat ook wel hoor, maar daar heb ik dan nooit zo’n zin aan).

Goed, vijftien jaar was ik dus. Zonder ouders, de hele wereld lag voor ons open. We konden gaan en staan waar we wilden, wij, een groep van twintig opgeschoten tieners die op het punt stonden om deel uit te maken van de grote mensenwereld, niks was onmogelijk en als echte avonturiers trokken we met een sporttas gevuld met schone onderbroeken en een pot gele gel van de kruidvat de wijde wereld in. Ik hoor u denken: ‘Miami’, ‘Ibiza’, ‘Kreta’, ‘St Tropez’, of misschien gewoon 24 uur in een touringcar naar Lloret de Mar? Of anders Terschelling? Nee, niks van dat alles. Mijn eerste jongerenvakantie was hemelsbreed dertig kilometer van mijn eigen bed verwijderd: Ommen.

In Ommen heb je een jongerencamping – Dennenoord, en hier sloegen wij ons tentenkamp op. Een tentenkamp dat bestond uit twee verkapte circustenten waarvan er eentje werd ingericht als slaapvertrek en in de andere werden de koelkasten geïnstalleerd en vakkundig volgestapeld met bier, terwijl de speciaal voor deze vakantie aangeschafte ghettoblaster werd ingewijd met cd’s van Rammstein, Jovink en Aprés Skihut deel vijf. Kortom, het begon goed.

Maar zoals altijd zijn het de vrouwen die de vakanties verpesten, zo ook nu. Haar naam was Moeder Natuur en ze vond het nodig om de Hollandse zomer te voorzien van een traditionele bak regen. Toen kwam ook het moment dat we er achter kwamen dat onze slaaptent zich in een soort van kuil bevond. Met als gevolg dat onze slaapvertrek volliep met water en wij ons ongeveer konden inbeelden hoe het op de Titanic moest zijn geweest. Gelukkig waren we toen ook al heel innovatief ingesteld, want met een paar lege kratten bier onder het luchtbed is het ergste leed wel geleden. (Ook het leegmaken van deze kratten bier had een positieve uitwerking op het geheel).

Ik hoor u denken: ‘Leuk, Nick, zo’n verkapt scoutingstripje met je vrienden naar Ommen, maar werd er nog een beetje gestapt?’. Zeker wel. Oké, het centrum van Ommen is nu niet bepaald een barstrip zoals we die kennen van Cherso of Mallorca, maar we zaten vlakbij uitgaanscentrum ZaalDijk. En – dit is het mooiste, op de camping hadden ze ook een soort van kleine discotheek gebouwd. Of een grote keet, het is maar net hoe zonnig je het inziet. Voor het gemak noemden we dit bouwval ‘StalDijk’, omdat het gebouwd was in een – u verwacht het niet – stal. En hier werden elke avond dappere pogingen ondernomen om de aanwezig damen in te palmen met slechte openingszinnen en oprechte complimenten.

Of het mij gelukt is? Mwoah, ik had op mijn vijftiende nog niet in de gaten dat badslippers, witte sportsokken en een shirtje van Jovink niet echt bepaald een babe magnet zijn. Zelfs niet in StalDijk.

 

Gepubliceerd door Erik Driessen