foto: Ds. C. Hogchem, predikant van de Gereformeerde Gemeente in Genemuiden © Eigen collectie
Door: Pieter Beens
GENEMUIDEN - Dominee Hogchem is inmiddels ruim twee jaar als predikant verbonden aan de Gereformeerde Gemeente van Genemuiden en weet zich verbonden met de kerkelijke en burgerlijke gemeente. Meer nog weet hij zich verwant aan de burgers van Gods Koninkrijk. “Ik kom als predikant niet primair voor de maatschappij of voor het culturele: ik kom voor de ambtelijke dienst.”
Hogchem: “De ambtelijke dienst is mijn uitgangspunt omdat God me die plaats heeft gegeven. Mijn werkterrein is dus in zekere zin afgebakend. Dat betekent echter niet dat ik los sta van de gemeenschap: hoe meer je een gemeente leert kennen, des te meer je ook de samenleving leert kennen. Hoewel ik ruim 12 jaar in Barneveld heb gestaan, voel ik nu dat ik hier hoor. Dat is heel wonderlijk.”
Roeping
De weg van Barneveld naar Genemuiden was voor de predikant een wonderlijke weg. “Ik voelde dat ik van Barneveld loskwam, maar moest toch voor het tweede beroep dat de gemeente van Genemuiden op me uitbracht bedanken. Daarna kwam de roeping met volle kracht terug en raakte de gemeente van Barneveld op de achtergrond. Dat droeg ik als een geheim met me mee.”
“Je vraagt hoe ik weet waar ik als predikant heen moet. Dat is heel persoonlijk. Er zijn mensen die het opmaken uit de omstandigheden, maar persoonlijk zie ik ernaar uit dat de Heere spreekt door Woord en Geest. Ik kan wel wat denken, maar ik ben ook bedrieglijk in mijn gevoel. Het kan zijn dat anderen zeggen ‘De Heere zegt dat je moet komen’. Dat doet me denken aan de profeet uit 1 Koningen 13: anderen zeiden dat hij moest komen, maar dat was tegen het Woord van God. Het werd de dood van de profeet!”
Hogchem vervolgt: “We zijn arglistige mensen en kunnen gevaarlijk naar onszelf toeredeneren. In die onzekerheid blijft over om te vragen om licht. Als de Heere dan spreken wil, wordt het helder. Dat zijn hele tere tijden waarin een aanklevend leven gekend wordt. Aangezien wij Zijn gunst alleszins onwaardig zijn, wordt het wonder beleefd dat de Heere je nog gebruiken wil. De Heere kan immers ook zeggen: ‘Het mes is bot geworden, Ik leg het aan de kant en zoek een nieuwe’.”
Optrekken
“Ik voel me hier echt thuis en krijg veel ruimte om Gods Woord te verkondigen. Gelukkig mag ik in verbondenheid optrekken met de broeders kerkenraad en ervaar ik toegenegenheid vanuit de gemeente. Waar een druppel liefde is, willen de raderen draaien.”
“Ik heb ook goede contacten met de gemeenteraad en burgemeester. Daarnaast leer je mensen buiten de kerk kennen. Dat is niet iets wat er maar bij bungelt.”.
“Ik zoek niet actief contact met andere predikanten. Er zijn echter wel bepaalde lijnen. Zo hebben we een gezamenlijk bijeenkomst gehad over het verschil tussen de Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling. We moeten niet kerkistisch zijn. Er zijn soms zaken waarin samen opgetrokken kan worden. Aan de andere kant zitten we niet voor niets apart. We willen vasthouden aan hetgeen voor ons van wezenlijk belang is..”
“Of we terug moeten naar de situatie voor 1907? Er wordt op synodeniveau gesproken met andere kerken. Van belang is dat er naar elkaar geluisterd wordt en bestaande karikaturen worden losgelaten. Daarbij gaat het allereerst om verbondenheid in de waarheid. Het openstellen van kansels voor predikanten uit andere kerkverbanden is niet in beeld.”
“Er wordt wel eens gezegd ‘Als je twee kerken bijeenbrengt, komen er uiteindelijk drie’. Beter is naar eenheid te staan dan eenheid te forceren.”
Onderwijs
Wanneer de predikant spreekt over de jeugd beginnen zijn ogen te glimmen. “Ik ziet het als mijn taak om er voor te zorgen dat de prediking er ook voor de jeugd is. Ik heb het dan niet over ‘jeugdprediking’, maar over ‘prediking óók voor de jeugd’. Je hebt als predikant enerzijds de plicht om de zaken zo duidelijk mogelijk aan de jeugd voor te stellen, anderzijds gaat het erom dat God de prediking aan ons hart zegent. Daarom moet in de preek verweven zijn hoe de Heilige Geest zaligmakend in het hart werkt. Ook de Catechismus is belangrijk. Goed onderwijs weegt bij mij zwaar. Ik meen dat het ds. Comrie was die gezegd heeft: ‘Als ik mijn catechisanten niet op de juiste wijze onderwijzen zou, ik zou niet voor God durven te verschijnen’.”
“Ik merk dat er onder de jeugd grote aandacht is als de zaken goed worden uitlegt. Als zij 8 jaar catechisatie volgent, hebben ze een kleine dogmatiek paraat. Dat is zeer waardevol. Catechisatie is echter niet zomaar lesgeven. Het is belangrijk dat de Heere erin mee komt.”
Glimlachend: “Ach, ik heb eigenlijk wel aangename catechisatie-uurtjes. Ik denk ook dat de jeugd het wel waardeert. Catechisatie is zo hoognodig in een tijd waarin zoveel winden waaien.”
Herziene Statenvertaling
Over de Herziene Statenvertaling heeft Hogchem een duidelijke mening . “Ik besef dat de Statenvertaling een meer letterlijke vertaling is en al vanaf de eerste uitgave niet eenvoudig werd gevonden. Taalgebruik wisselt in de loop der eeuwen. We leven niet meer in de dagen van de romantiek met ellenlange zinnen, bijvoeglijk naamwoorden en tussenzinnen. We leven in een tijd van directheid. De Schrift zegt dat God de mensen 'de eeuw in hun hart heeft gelegd'.. . Gods Woord verandert echter niet. Het gebruik van Bijbelse kernbegrippen moeten we niet schuwen.”
“Wil men de Bijbel opnieuw vertalen dan is dat niet af te keuren. Maar laat men toch bedenken dat het samengaan van wetenschap én godsvrucht in de dagen van de Statenvertaling uniek was. Een bezwaar is dat de Herziene Statenvertaling een min of meer particulier project is. Volgens mij is een nieuwe Bijbelvertaling echt een zaak van de kerk. Bovendien heb ik heb in opdracht van de classis de HSV bestudeerd en. Ik was geschokt over de inhoud. Ik zie teveel en te ingrijpende verschillen met de Statenvertaling. Als je teksten vergelijkt, zie je wezenlijk verlies. Staat er nu werkelijk in het oorspronkelijke wat deze vertaling weergeeft? Ik heb geen vertrouwen in die herziene vertaling. Het betreft het Woord van God. Als het ergens nauw komt dan hier wel. Het is heel erg dat de herziene vertaling als een splijtzwam werkt."
“Tijdens de catechisaties laat ik jongeren uit de Bijbel lezen. Ik vraag ze dan om rustig te lezen. Als ze de juiste klemtoon bij een tekst te pakken hebben zie je hun ogen oplichten.”
“Zou ik minder moeite hebben met een nieuwe psalmberijming? Dat denk ik wel. Een psalmberijming is niet het Woord van God. Persoonlijk kan ik de inspanningen van dominee Meeuwse voor zijn psalmberijming wel waarderen.” Lachend: “Maar, in alle bescheidenheid: Hij komt nog niet tot aan de helft van de psalmberijming van Revius.”