Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
26 oktober 2020 t’ Olde Staduus
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Eindelijk weer voetballen (column Erik Driessen)

Geplaatst op: 18 januari 2015

‘Sportcluppers dat zijn we allen’, hoorde ik zaterdag in Spakenburg niet. Terwijl daar eigenlijk alle reden toe was, want het was weer eens zo’n duel waarin de Sportclub-spelers werkelijk alles gaven. Tot goed voetbal kwamen ze nauwelijks, maar de tomeloze energie en enorme standvastigheid oogstte bewondering. Dat de aanhang redelijk zweeg, moet met de afgelopen weken te maken hebben. Murw gebeukt door alles wat voetbal zo verschrikkelijk lelijk kan maken. Blijkbaar al lang niet meer alleen op het niveau van de Champions League of de Eredivisie. Je zou er een encylopedie-achtig boek vol bijtende columns over kunnen schrijven. Munitie genoeg op de plank.

Vermoedelijk ben ik er teveel voetballiefhebber voor. Ik beschrijf liever de katachtige reddingen waarmee Albert Flier zijn ploeg gisteren meerdere malen redde. Alsof de botten van de ondernemer maar niet stijver willen worden. En wat te denken van Rainier Resokario. In een zwak moment heb ik wel eens gedacht dat hij misschien plaats moest maken voor jongere spelers. Ik kom er na gisteren volledig op terug. Daar stond weer die onverzettelijke krijger die overal een voetje tussen zet, die doorgebroken spelers schijnbaar moeiteloos achterhaalt en waarbij zijn gezicht een enorme passie voor het spel en de club laat zien.

En dan was er nog het warmlopen van Martijn Jansen. Na een uur spelen kwam hij in het veld voor zijn driehonderdste wedstrijd voor Sportclub Genemuiden. De allereerste keer dat ik hem zag spelen, in een oefenduel van FC Zwolle bij Olympia, voorspelde ik hem een loopbaan in het Nederlands Elftal. Ik wil nog wel eens te lyrisch worden over spelers namelijk. In gedachten hoopte ik dat hij het gisteren op zijn heupen zou krijgen en de hele Spakenburg-verdediging zoek zou spelen, zoals hij ooit jaren terug zo ongeveer in z’n eentje HHC oprolde. Gisteren leed hij nog vooral balverlies. ‘Gebrek aan spelritme’, heet dat dan. Maar ik kijk nu alweer uit naar zo’n lange rush, zo’n geniaal passje of liever nog zo’n traag lobje over een zich wanhopige strekkende keeper.

En dan hadden we nog de balaanname van Ties, de passes van Rotman, de wilskracht van Halfwerk en dat stijlvolle van Bremmer. Ik genoot zaterdag zelfs van Spakenburg. Spelers die elkaar blindelings vinden. Jongens met teveel gel in hun haren en tattoos op de armen. Mannen die meer geld verdienen met voetbal dan ik met schrijven, maar die desondanks opgingen in het steeds hectischere duel. Dat is het mooie van voetbal. De kou deerde me niet, de bestuursperikelen al helemaal niet meer. Een keer moest ik er slechts aan denken. Diep in de tweede helft draaiden de hypermoderne reclameborden van Spakenburg om. Een advertentie van De Bunschoter werd zichtbaar. ‘Communiceren, communiceren, communiceren’, stond er in enorme letters.

Ik was vooral blij dat het weer even over voetballen, voetballen, voetballen ging.

 

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500