Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
31 oktober 2020 t’ Olde Staduus
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Wintersport (column Wim Rietman)

Geplaatst op: 22 februari 2015

Het was dringen voor de skilift. Dat is het nadeel van de krokusvakantie. Drukte alom.  Eerst is het al een toer om in Oostenrijk te komen.  Waar ik normaal gesproken binnen 8 uur naar München rijd, komen er tijdens de voorjaarsbreak zo maar 3 uur bovenop. En dan mag je nog niet klagen.

En ben je eindelijk op de plaats van bestemming aanbeland, moeten de skiuitrusting en de –passen gehaald worden. Ook een aanslag op de bloeddruk, want er zijn legio mensen die hetzelfde voor hebben. Als dat dan allemaal gelukt is,  kan het grote genieten beginnen. Althans, als je er in slaagt de skilift in te komen.

Als in een trechter werden we naar de stoeltjeslift geleid. De overige familieleden was ik inmiddels kwijt geraakt. In dat geval is de mobiele telefoon van onschatbare waarde. We zouden boven op elkaar wachten. Tergend langzaam schoof ik naar voren. Af en toe behoorlijk gehinderd door een snowboarder, die nu al de controle over zijn uitrusting kwijt was. Uiteindelijk kwamen de toegangspoortjes  in zicht. Eigenlijk kan het best snel gaan, want in de moderne stoeltjesliften in Flachau passen 6 mensen. De ellende is dat veel mensen per se bij elkaar in de lift willen en dat kost onnodig veel tijd en ruimte. Maar goed, ik stond dan toch vooraan en leek letterlijk en figuurlijk goed te zitten, want vlak naast me stond een fraaie blondine in een al even oogverblindende skioutfit. Op het allerlaatste moment wurmde zich echter een bejaard mannetje tussen ons in. Absoluut een tegenvaller.

wim rietmanDe lift zette zich in beweging. Teleurgesteld keek ik nog even opzij, maar ik keek slechts in het tandeloze gezicht van de oude baas. Ik besloot de ogen even dicht te doen om te genieten van het zonnetje en de rust. Maar daar kwam weinig van terecht, want mijn buurman besloot een gesprekje met mij aan te knopen. Ik moest me eerst even heel goed concentreren om überhaupt te begrijpen in welke taal de conversatie plaatsvond. Het bleek een Oostenrijks dialect te zijn. Mijn kennis van de Duitse taal is meer dan behoorlijk, maar in dit geval moest ik werkelijk alle zeilen bij zetten om in ieder geval de helft mee te krijgen. Gelukkig werd van mij geen wezenlijk aandeel in het gesprek verwacht. Het mannetje verhaalde hoe in de loop der jaren het skigebied was uitgebreid. En hoe uiteindelijk ook zijn oude boerderijtje door de “Bergbahnen” was opgekocht. Dat dit laatste voor hem redelijk lucratief was geweest, leed gezien zijn brede glimlach geen twijfel.

In zijn nieuwe vermogen was door zijn uitrusting nog geen gat geslagen, want de ski’s leken me minimaal 50 jaar oud. En ook jas en broek pasten bepaald niet meer in het huidige modebeeld. De man keuvelde ondertussen rustig verder en wees na een poosje naar een plek waar vroeger zijn boerderij had gestaan. Nu stonden daar slechts de pijlers van de lift die ons langzaam maar zeker naar de top van de berg bracht.

Fahren Sie gleich  eine Runde mit?  Dann trinken wir einen Kaffee in der Schirmbar.” De oude heer bood me aan om samen de afdaling naar het dal te maken en dan een kop koffie te drinken in de paraplubar.  Ik had eerlijk gezegd geen zin om de afdaling in een slakkengangetje te doen, maar wilde de oude heer ook niet voor z’n hoofd stoten. “Fahren Sie schon mal vor. Ich komme dann nach”, zo deelde ik de man mee. “Gaat u alvast maar naar beneden. Ik kom dan zo achter u aan.” Ik stuurde intussen een SMS’je aan mijn familieleden dat ik alvast naar beneden zou skiën en dat we elkaar in de paraplubar zouden ontmoeten.

De lift was inmiddels boven en we verlieten onze voorverwarmde zitplaatsen. De oude man zette zich langzaam in beweging, stak nog even een hand op en verdween uit mijn zicht.  Even later begon ik ook aan de afdaling. De sneeuw was fantastisch. Na een paar bochten voerde ik het tempo op. Elk moment verwachtte ik de bejaarde man in het vizier te krijgen. Het zicht was uitstekend. Een helderblauwe lucht hing boven de piste. Maar hoe ver ik ook keek, ik zag hem in geen velden of wegen. Ik deed er nog een schepje bovenop. Nam minder bochten om zo het tempo verder op te voeren. Ik had nu zeker de helft van de afdaling afgelegd, maar ik kreeg de man nog steeds niet op mijn netvlies. Ik begon me een beetje zorgen te maken. Er zou toch niets met hem gebeurd zijn? Was ik nou maar bij hem gebleven. Dan had ik hem wellicht kunnen helpen.

Ik begon aan de laatste kilometer en haalde nog even alles uit de kast. De techniek ging nu helemaal overboord en ik ging nu als een speer rechtuit van de berg af. Eigenlijk ging ik boven mijn macht. Door de snelheid sprongen de tranen in mijn ogen. Uiteindelijk naderde ik de schermbar. Met een grote bocht die de sneeuw deed opspatten remde ik af en keek richting berg. Wellicht had ik de oude baas over het hoofd gezien en was hij nog aan zijn afdaling bezig. Maar waar ik ook keek, ik zag hem niet. Ineens hoorde ik iemand vanuit de paraplubar naar mij roepen:”Sind Sie aufgehalten worden?”.

Het was de oude baas die aan mij vroeg of ik onderweg last had gehad van oponthoud. Twee dampende koppen koffie stonden al uitnodigend op ons te wachten.

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500