Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
28 september 2020
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Herinneringen van een schoolmeester (12)

Geplaatst op: 27 maart 2015

Terwijl de meester met de veerbaas afrekent, schikt de jeugd op de pont in om ruimte te maken voor een trekker met kuilgras. Ze vinden het ‘allebarstens’ stinken. Dan fietsen ze  naar Oud-Kraggenburg, waar de vuurtoren midden in een wijdse polder nadere uitleg behoeft. In de nieuwe natuur bij het Kadoelermeer grazen Schotse Hooglanders. ‘Kun je die melken meester?’ Ze pauzeren bij een poeltje in het Voorsterbos. Talloze kikkervisjes zoeken er de warmste plekjes op. Rick ligt op zijn buik te genieten en vangt kleine kikkertjes. De meiden gruwen er van. Als hij ook nog een salamandertje vangt, is hij helemaal in de wolken. En verder gaat het, naar de Oldenhof op het hoge land van Vollenhove. De rododendrons staan bijna in bloei. Het ooievaarsnest is bezet. De activiteit van de ouders doet vermoeden dat er kleintjes zijn. Voordat ze weer op huis aan gaan, organiseert de meester bij de super in Sint Jansklooster een ijsje. Een middag met een gouden randje.

Met enkele collega’s schrijft hij in voor de cursus ‘Met sprongen vooruit’ in het gebouw van de schoolbegeleidingsdienst aan de Vloeddijk in Kampen. Het wordt door een uitgeverij verkocht als het ei van Columbus, een oefenprogramma voor zwakke rekenaars in het getallengebied tot honderd. Maar zo heel veel verschilt het nu ook weer niet met de didactiek van de eigen rekenmethode. Het is alleen uitgebreid met het springen en huppen van de kinderen, zodat ze de ‘tienen en enen’ lijfelijk ervaren. Het zal wel. Zo heeft hij in de loop der jaren meer ‘eieren’ voorbij zien komen. Maar goed, hij was weer twee woensdagmiddagen van de straat, eentje met sneeuw en eentje met lente.

Zaterdagmorgen. Vroeg uit de veren. Eerst laat hij de kooiker uit. In het stadspark roffelt de grote bonte specht in de holle boom. Op het tweemastertje de ‘Exodus’ in de buitenhaven klinken stemmen. De Jugend van de Evangelische Kirche uit Kleve brengt de boot in gereedheid en sjouwt met dozen en kratten voor een weekend op het water. Nadat hij de koppen in zijn ochtendblad heeft gesneld, rijdt hij naar Zwolle en neemt de trein naar Olst. Urenlang zwerft hij door het Sallandse land, eet een broodje op het kerkplein in Broekland, wisselt een woord met een wandelaar die kilometers maakt voor de vierdaagse. Tegen vieren sloft hij Raalte binnen en treint terug. In het boekje ‘Wandelsporen’ leest hij het geheim van deze verslaving: ‘As ik mien langzaam umdraej en zie dat ’t landschap der anders bi’j ligt, as toen ik veuruut liep, dan bun’k gerust aover mien bestaon.’

Die zondagmorgen zoeft hij met dochterlief over een lege Veluwe naar Apeldoorn, waar ze juf is. Er ligt een scheepje met zeven kleutertjes voor de kansel van de Morgenster. Aan de oever roept een achtste kleuter of ze wat te eten hebben. Ze schudden het hoofd. Het is kort na Pasen en de zee is leeg. De dominee heeft een makkie deze week. Het team van de school verzorgt grotendeels zelf de dienst. De gemeente van veelal ouderen weet niet wat haar overkomt met het drukke, jonge volkje. Tijdens de collecte neemt de directeur de schare mee op zijn gitaar: ‘Weet je wel dat Jezus leeft? Hij is opgestaan!’

 

Gerrit van Houwelingen

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500