Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
22 september 2020
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Wielrennen (column Wim Rietman)

Geplaatst op: 5 mei 2015

Nu de avonden weer lekker lang worden, komt het geregeld voor dat ik m’n racefiets uit de garage haal. Een aantal jaren geleden liep ik een slepende achillespeesblessure op, waardoor ik genoodzaakt was van het hardlopen maandenlang af te zien. Fietsen ging wel volgens mijn fysiotherapeut. En dus schafte ik een stalen ros aan en sloot me aan bij de wielertak van de plaatselijke ijsbaanvereniging De Eendracht. De waarheid gebiedt te zeggen dat ik me nauwelijks laat zien tijdens de trainingsavonden van de club. En dat heeft niets met de kwaliteit van de vereniging te maken. Integendeel. De Eendracht heeft de zaakjes uitstekend voor elkaar en er zijn ruim voldoende mogelijkheden voor het trainen op verschillende niveaus. Bovendien is het een gezellige club met voortreffelijke secundaire voorwaarden (lees kantine).

Dat ik m’n rondjes veelal alleen afwerk – of met mijn wielermaat Ben – heeft verschillende redenen. Allereerst zijn het de vaste vertrektijden van de groep. Die zijn in mijn geval vaak lastig of helemaal niet te halen. Het tweede argument is voor mij de trainingsarbeid. Wanneer je alleen rijdt, vergt zo’n trainingsrit veel meer energie. Je leidt en lijdt zogezegd alleen.

De wind is altijd je vijand, maar in een groep wel één van beduidend minder kaliber.

Wanneer je zelf een tijdje fietst, groeit vanzelf het respect voor de professionele wielrenner. Ik ben allang tevreden wanneer het gemiddelde van een trainingsrit van zo’n 50 km in de buurt van de 30 kilometer per uur komt. Veel meer zit er echt niet in. Dat is natuurlijk regelrecht gepruts als je het afzet tegen de professionals  die dag na dag etappes afleggen van ver over de 200 km en met gemiddeldes van dik boven de 40 kilometer per uur.

Ook de plaatselijke club beschikt over een paar klasbakken met graniet in kuiten. Als ze op de Hasselterdijk aanzetten voor een laatste sprint moet ik ze met een diepe buiging laten gaan.

Ik heb me regelmatig geërgerd aan het wielercommentaar van Mart Smeets, die ik verder overigens best hoog heb zitten. Wanneer hij uitkraamt dat een renner de sprint aantrekt als een oud wijf, stijgt bij mij de bloeddruk naar gevaarlijke hoogte. Hij zou zelf, met zijn dikke pens, er eens na een rit in weer en wind een slotexplosie uit moeten persen. Kan hij direct aan het zuurstof.

Echte wielrenners hebben geleerd zichzelf pijn te doen. Afzien noemen ze dat in de sport. Ze rijden zichzelf letterlijk het snot voor ogen. Voor een dergelijke instelling heb ik diep respect. Ik besef dat je de dingen niet met elkaar kunt vergelijken, maar je ziet toch nauwelijks een voetballer volledig gesloopt het veld verlaten?

Ik weet dat er veel ergernis bestaat onder andere weggebruikers over grote wielergroepen. Ze razen vaak met hoge snelheden over de fietspaden. Daarbij verbaal duidelijk aanwezig ten opzichte van tegemoetkomend of achteroprijdend verkeer. Dit gebeurt echter uitsluitend voor de veiligheid. Op een racefiets ben je behoorlijk kwetsbaar en het is bepaald geen pretje om  met een gangetje van 30 kilometer per uur tegen het asfalt te kwakken.

Wellicht zou het raadzamer zijn om wielerpelotons van minimaal 10 personen op 80 km wegen toe te laten. Tot de tijd dat zoiets geregeld is, is het zinvol extra aandacht te geven aan naderende groepen wielrenners. Respect vanuit de fietsgroepen t.o.v. de rest van het verkeer mag natuurlijk ook als vanzelfsprekend beschouwd worden.

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500