Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
30 oktober 2020 t’ Olde Staduus
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Een tuin als levenswerk

Geplaatst op: 13 april 2016

Zes dagen in de week werkt hij vijf uur in zijn Zintuigentuin. Ontelbare kruiwagens vol rommel heeft hij al afgevoerd. Aan elke millimeter van het levenswerk zit een verhaal. En die vertelt hij graag en breeduit. Eeuwigheidswaarde heeft de tuin desondanks niet. “Als ik mijn ogen sluit, is het over met de tuin. Ik kan me niet voorstellen dat er iemand zo krankzinnig is als ik”, zegt Albert Greveling op een zonovergoten woensdagmiddag.

Dat zijn tuin ooit zal overwoekeren of plaats moet maken voor de vaart der volkeren, gaat hem niet aan het hart. “Een kok is een hele dag bezig met iets bedenken en creëren wat mensen in een paar minuten opeten. Alles is betrekkelijk. Deze tuin is in zekere zin maar zelfbevrediging. En ik mag graag op mijn knieën wat met bloemen spelen. Dat doe ik vanaf 07.00 uur, vanochtend was ik er al om kwart over zes. Dan zeg je goedemorgen tegen de vogeltjes. Dat zijn de mooiste momenten. Maar je wilt niet weten hoeveel tijd hierin gaat zitten. Ik denk niet dat iemand anders dat ooit gaat overnemen.”

Een lange toekomst mag de tuin niet hebben, de liefde voor de plek is er niet minder om. Dat heeft minimaal twee redenen, vertelt Greveling. “Mijn vader kocht deze grond in de jaren dertig van de hervormde kerk. Ooit kwamen de predikanten hier tot rust. In de 18e eeuw zat hier de armenakker aan vast. Die liep bijna door tot aan Belt-Schutsloot. Er groeide groente voor de bewoners van het Armenhuis. Een soort voedselbank dus. Mijn vader gebruikte dit land als kwekerij voor zijn bloemenwinkel.”

Die familieband maakte de band bijzonder. Ook omdat de vooruitgang juist een achteruitgang betekende voor de winkel van vader Steven. “Met de komst van de provinciale weg was de winkel afgesneden van de kwekerij. Vader kon niet langer even met klanten de bloemen bekijken. Hij zat plots aan een doodlopende weg en dat betekende de ondergang van de winkel.”

Een eigen geschiedenis is de andere hoofdreden voor de band met de tuin. “Vijftien jaar werd ik overspannen verklaard. Ik moest maar met bloemetjes gaan spelen, luidde het advies. Zelf wilde ik naar het ziekenhuis omdat ik het gevoel had dat ik ziek was. Later bleek dat ik gelijk had. Mijn hart was er zo slecht aan toe dat doktoren mij opgaven. Opereren kon niet meer, mijn kinderen moesten overkomen. ‘Kunnen we nog wat voor je doen?’, vroegen die. Ze moesten een laptop ophalen en ik heb een nacht doorgeschreven over mijn leven. Uiteindelijk was er een chirurg die toch een operatie wilde wagen, hoewel de kans op herstel heel klein was.”

Die akelige periode in het ziekenhuis viel samen met het overlijden van zijn moeder. Toen Greveling als door een wonder toch door kon met zijn leven, moest de boedel nog worden verdeeld. “Toen heb ik gezegd dat ik de tuin wel wilde. Ik was ontslagen en had alle tijd van de wereld. Die bracht ik hier door. Als een soort therapie. ‘Wat heb je de boel daar prachtig voor elkaar…’, zei iemand toen ik boodschappen deed in het dorp. De volgende dag heb ik de hekken weggehaald en hing een bord op dat de tuin vrij toegankelijk was. Eerst noemden mensen het een natuurtuin, maar alles wat ik hier doe is de natuur manipuleren. Toen is het de zintuigentuin geworden.”

En daar komen mensen vanuit de wereld speciaal voor naar Zwartsluis. Greveling kan er mooie verhalen over vertellen. “Op een middag zit ik hier met mijn vrouw en gaat haar mobiele telefoon. Die drukte ze mij met een rood gezicht in de handen. ‘Ze nemen je in de maling…’, zei ze. Had ik de Nederlandse ambassade in Moskou aan de lijn. Of ik een tuin in Zwartsluis had. Ze hadden daar een Russische journalist van een groot tuinenblad op bezoek. Die had hier foto’s gemaakt, maar mij niet aangetroffen. Hij schreef een later een artikel waarin stond dat hij voor de Keukenhof naar Nederland was gekomen, maar daar heel snel was uitgekeken. De tuin van Albert Greveling had zijn reis naar Nederland zinvol gemaakt.”

Hoeveel mensen er daadwerkelijk door de tuin lopen, weet hij niet. Het gastenboek is de enige aanwijzing. Dat moet hij twee keer per jaar verversen. “Vaak ben ik hier ’s avonds voor het naar bed gaan nog even. ‘De bloemetjes gedag zeggen’, zoals mijn vrouw dat noemt. Dan lopen hier regelmatig gasten van Hotel Zwartewater. Ik schat dat in de zomermaanden tweehonderd mensen per week de tuin bezoeken”, gist Greveling, net op een moment dat een echtpaar de tuin in wandelt en hij een aantal kinderen tot kalmte moet manen. “Hoeveel Sluzigers hier komen? Ach, in het Rijksmuseum komen ook meer niet-Amsterdammers dan Amsterdammers. Ik weet wel dat sommige mensen op zondag hier doorheen lopen. Daarom maak ik de tuin voor de kerk altijd nog even netjes.”

En die tuin blijft veranderen. Moet Greveling voor een concert of een ander evenement een bloemstuk maken, dan vindt dat of restanten ervan weer een plek in de tuin. Ze vormen een merkwaardige combinatie met herinneringen aan het corso van Eelde of met bijzondere bomen en planten. “Kopen doe ik bijna nooit iets. Het meeste komt als vanzelf op. Soms weet ik zelf niet eens wat het is.”

Dan zijn er nog de foto’s van oud-Zwartsluis die op een rijtje in de grond zijn geprikt. Ze zijn aan vervanging toe, vindt Greveling. Hij heeft onlangs in opdracht van de provincie een voordracht gehouden over de geschiedenis van de dijk naar Vollenhove. Daarbij zijn foto’s gemaakt en die verschijnen binnenkort in de tuin. “Alles verandert hier continu. Daarom komen mensen ook terug. Ze willen de gekkigheid en de sfeer beleven. En ik blijf het mooi vinden om te doen. Nee, ik ben hier nooit zat van.”

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500