Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
20 oktober 2020 t’ Olde Staduus
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Muisstil en een klas vol vragen na oorlogsverhaal

Geplaatst op: 14 april 2016

Zelden vertoond vermoedelijk op de Johannes Bogermanschool: de leerlingen van groep 8 die een dik uur lang muisstil luisteren naar een verhaal en na afloop bijna zonder uitzondering nog vragen willen stellen ook. Ze luisterden dan ook naar een bijzondere ‘leraar’. Frits Loggen uit Diepenheim kwam vertellen over de Tweede Wereldoorlog, en die donkere bladzijde uit de geschiedenis houdt ook de kinderen van vandaag nog bezig.

Loggen is een van de mensen die op scholen vertellen over de verschrikkingen van de oorlog. Verschrikkingen waarvan hij als kind eerst nog weinig weet had, want Loggen had in 1940 ongeveer de leeftijd van zijn toehoorders. “Veel dingen vond je eigenlijk wel interessant. Wel weet ik dat ’s avonds alle lichten in huis uit moesten. Ook fietsen en auto’s reden zonder lampen rond. De Duitsers waren bang dat de Engelsen zo zagen waar steden lagen. En er kwam steeds minder eten, omdat de havens werden afgesloten. Daardoor kon je voedsel op bonnen krijgen. Pas later werd je bang. Ik weet nog dat de Duitsers een keer een razzia bij ons in de straat hielden. Daarbij schoot een officier zomaar een hond dood. Dat maakte veel indruk.”

De vader van Loggen werd zoals veel Nederlandse mannen gemobiliseerd toen de oorlog uitbrak. Hij bracht met paard en wagen munitie vanuit Drenthe naar Wieringerwerf. “Na de overgave van Nederland mochten alle soldaten naar huis. Mijn vader kwam zo ongeschonden thuis”, vertelde Loggen, die veel voorwerpen bij zich had uit de oorlogstijd. Een Jodenster, een noodkacheltje, een bruidsjurk gemaakt van de stof van een neergevallen parachute en andere voorwerpen waaraan verhalen kleven.

Loggen vergeleek de periode van voor de oorlog met de huidige tijd. “Veel Joden die in Duitsland of Oostenrijk met vervolging te maken kregen, kwamen naar Nederland. Die zaten al voor de oorlog in Westerbork. Ook toen waren er mensen die zich afvroegen wat we met die vluchtelingen moesten, omdat we zelf al zo arm waren. Later kwam de vervolging ook hier op gang. Joden mochten ineens niet meer naar het theater, naar het sportpark of naar andere openbare gelegenheden. Kun je voorstellen dat je ineens niet meer naar de voetbal mag?”

De gruwelijkste tijd in de oorlog was misschien wel de oorlogswinter. Voedsel werd nog schaarser en mensen uit het westen kwamen naar de regio Zwolle voor eten. “Mensen die in het westen bleven mochten naar de centrale keuken. Daar kregen ze twee keer per week eten. Verder kookten ze soep van bloembollen. Het was een strenge winter, maar verwarming was er niet. Mensen braken soms de boekenkast af om het hout in de kachel te gooien. Op het laatst zelfs de boeken.”

“Wat doen jullie met sokken als er een gat in zit?”, vroeg Loggen aan de klas. “In de prullenbak gooien…”, klonk het. Maar dat haalden mensen in de oorlog niet in hun hoofd. De stof was overal nog voor te gebruiken. En sokken met gaten konden ook nog prima mee. “Mensen maakten zich niet druk om een mooi merk. Ze waren al lang blij dat ze iets hadden om aan te trekken. Werden je schoenen te klein, dan knipte je de voorkant eraf. Dan staken je tenen uit de schoenen, maar kon je tenminste blijven lopen.”

Na een stortvloed aan vragen, besloot Loggen zijn verhaal met een oproep. “Sta op 4 mei even twee minuten stil bij de gedachte dat 17-jarige Canadezen zich vrijwillig aanmeldden om voor onze vrijheid te vechten. Twee minuten…meer vragen ze niet.”

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500