Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
26 september 2020
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog (10)

Geplaatst op: 9 maart 2017

Aflevering 10 van de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog in Genemuiden. Opgeschreven door de geboren Genemuidense Trijn van Berkum-Booi. Onder meer over de komst van kinderen uit het westen van het land en NSB’ers die aan ramen mensen afluisterende.

In de laatste oorlogsjaren stroomde Genemuiden vol met vreemde kinderen. Ze kwamen uit Amsterdam, Haarlem e.o.

Wij waren op de Kaai aanwezig toen er een schip met kinderen arriveerde. Allemaal bleekneusjes, sommige hadden een opgezette buik van hongeroedeem!

We hoorden namen afroepen die ons erg vreemd in de oren klonken. Namen als Bob, Frits, Karel, Filip en Frieda, Rietje, Bep en Nellie. En dan wij met onze namen: Trijntje, Grietje,Klaasje en Gerrigje. Of Tiem, Appie, Wolter of Karst. Wij stonden daar wel vreemd te kijken, Dina en ik.

We liepen een poosje later met een zekere Frieda tussen ons in naar huis terug. Een knap meisje met een bos donkere krullen. Mijn oom en tante hadden zich opgegeven voor een kind. Mijn ouders niet in verband met de veiligheid van onze Hendrik.

Wat mij wel erg speet! Want een leuk speelkameraadje erbij dat leek mij wel wat. Maar sommige kinderen waren zo moe en afgetakeld dat ze niet aan spelen dachten! Ze moesten eerst wat bijkomen.

Ik had ondertussen een belangrijke taak gekregen, en wel die van postbode. Mijn ouders kregen van tijd tot tijd ondergrondse blaadjes door de deur. Trouw, Strijdend Nederland, De Wervelstorm en de Vliegende Hollander. Dat wisselde nogal eens.

Mijn vader en mijn broer lazen ze van A tot Z. Daar stond tenminste de waarheid in. De kranten die in het geheim gedrukt werden vertelden geen leugens, wat de andere kranten wel deden.

Ik werd ingeschakeld om de gevaarlijke lectuur te vervoeren. Meestal gebeurde dat onder wat boodschappen in een tas, of in een diepe mantelzak. Ik moest de kranten meestal ophalen bij ome Jo en tante Geertje, wat later ging de post naar Ds. Quak.

Van de Langstraat naar de ter Veldestraat en dan naar de Oosterkaai. Dat gebeurde op het laatst wekelijks.

Op een mooie zomerdag was ik aan de wandel met de kinderwagen waar kleine Mary van de slager in lag te slapen. Moeder kwam haastig aangelopen en drukte me een giro enveloppe in de handen : ’Wil je die even in de brievenbus gooien’?

Ze had haast omdat er klanten voor de toonbank stonden.

Ik postte de enveloppe en kwam later weer thuis in een lege winkel. ‘Heb je de enveloppe bij de dominee in de bus gegooid’? vroeg ze.

‘O nee, ik heb het naar het postkantoor gebracht’  stamelde ik. Moeder was kwaad, en stuurde me onmiddellijk weer terug.

Met lood in de schoenen stond ik even later in de rij voor het loket van het postkantoor. Toen ik eindelijk aan de beurt was stond er ook alweer een rij achter mij.

De postmeester keek heel vreemd toen ik zei dat ik een giro enveloppe per ongeluk in de bus had gegooid.

Hij opende de bus en na veel gegraai viste hij de enveloppe eruit. Ik pakte het met een rood hoofd aan en haastte me naar buiten. Daar bekeek ik het wat beter en zag dat er cijfers op stonden en hij voelde ook te dun aan.

Dus………  ik moest weer naar binnen en maar weer aansluiten!

Toen ik weer aan de beurt was vroeg Jan Hammer kwaad:  ‘Ben je er nu alweer’?

Ik zei dat deze niet goed was en dat het een andere enveloppe moest zijn. En weer ging hij, al grommend, aan het zoeken. Het resultaat was dat ik even later met de goede enveloppe weer buiten stond. Zo kwam dat gelukkig weer op zijn pootjes terecht !

Het waren in die tijd de kleine dingen die levensgrote gevolgen konden hebben. En verraad zat in een klein hoekje! In Genemuiden zaten in die tijd nogal wat NSB-ers en Landwachters. Die gingen ’s avonds op gymschoenen door de stad om aan de ramen te luisteren.

Heel vaak waarschuwde mijn moeder als vader en Hendrik, vol van de opmars van de Geallieerden, de stand van de oorlog bespraken. Met de verboden lectuur op tafel en de grote kaart van Europa erbij volgden ze bijn elke avond de opmars van onze bevrijding! Hun stemmen konden dan wel buiten gehoord worden, wat  gevaarlijk kon wezen. Ik mocht ’s avonds ook niet dicht bij de ramen komen. Van tijd tot tijd klonk daar de eentonige voetstap van een Duitse soldaat die wacht liep.

Oppassen was de boodschap !!

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500