Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
27 november 2020 t’ Olde Staduus
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog (13)

Geplaatst op: 3 april 2017

Trijn van Berkum-Booi groeide op in Genemuiden en maakte de Tweede Wereldoorlog als kind mee. Ze schreef haar herinneringen op. Genemuiden Actueel plaatst die momenteel. Vandaag gaat het over ‘gevaarlijke omstandigheden’.

Achter het huis van mijn opoe [mijn andere grootmoeder] was de Binnenhaven. Die doorliep tot de Sas om dan in het Zwarte water uit te komen. Twee ooms en tantes, die schipper waren, ‘doken’ voor een korte tijd onder met hun schepen bij opoe.

Ze moesten even buiten beeld zijn, denk ik. Het waren echte Oranjeklanten. Tante Dina had in de roef een grote foto van onze Koningin hangen met een mooie oranje strik erom heen. Op een kastje had ze de prinsesjes staan. In het begin kregen ze een Duitse soldaat aan boord ter begeleiding en bewaking. Toen hij voor de eerste keer in de roef kwam zag hij de versierde foto van onze koningin hangen. Hij liep rood aan en schreeuwde : ’Das Weib must weg”! Maar tante Dina, een klein dik nederlands vrouwtje, schreeuwde net zo hard terug. ‘Als zij weg moet, dan jij eerst “! Daar had hij niet van terug.

Toen die beide schepen daar lagen bracht oom Bertus zijn radio bij opoe in de kamer. Verborgen tussen een kast en de vensterbank. Hoe dikwijls heb ik daar geluisterd naar muziek van vreemde zenders. En de grote mensen, denk ik, vaak naar de Engelse zender. En net als bij ons, als wij bij de buurman achter ons, luisterden naar de stem van Radio Oranje. Maar er werd niet over gesproken. Ik glipte stiekem met de grote mensen mee naar binnen.

Je werd ontroerd als je de stem hoorde van onze koningin, door de sterke Duitse stoorzenders heen. Het onderduiken van radio’s was wel nodig. Niemand mocht in die tijd een radio hebben. Inleveren was de boodschap.

Lang hebben beide schepen daar niet gelegen.Ze kregen samen een opdracht om aardappelen naar het hongerige den Haag te vervoeren. Het is wel heel gevaarlijk geweest, want de Engelse vliegers schoten ook op alles wat maar in beweging was.

Oom Arend, ook schipper, lag met een Engelse kogel in zijn lichaam in het Zwolse ziekenhuis. Maar oom Bertus en oom Gerrit kwamen met hun schepen weer in veilige haven terug. Met heel veel droevige verhalen over hongerige mensen. Na de oorlog bleek dat deze dappere schippers nogal veel vreemde passagiers hebben vervoerd. Opgejaagde mensen die niet in de handen van de Moffen kwamen. Petje af voor deze dappere ooms !

Toen ik op een middag thuis kwam zat er een vreemde mijnheer bij onze kachel. Glimlachend keek hij mij aan, maar zei geen woord. Ik zag een donker uiterlijk waarin twee donkere ogen mij aankeken, vol weemoed of verdriet ; zo intriest. Net of hij doodmoe was. Hij at bij ons aan tafel, maar sprak niet. Mijn ouders gebaarden zo nu en dan wat. Vreemd !

Wel begreep ik uit het gesprek van mijn vader en moeder dat deze man dezelfde avond, in het donker, naar het schip van oom Gerrit gebracht moest worden. Het schip lag in de Buitenhaven.Oom Gerrit zou in alle vroegte afvaren naar Enhuizen.

Zo bleef deze vreemdeling tot in de late avond onze stilzwijgende gast, die niet van zijn stoel af kwam. Wie is hij geweest ? Ik ben er nooit achter gekomen. Een vluchteling? Een buitenlander?

Die morgen was ik wel getuige van een twist gesprek tussen de vrachtrijder Visser en mijn vader. Ik hoorde Visser zeggen : ‘Dus Booi, jij wilt hem geen onderdak geven’? Maar mijn vader wilde geen risico lopen. Vrachtrijder Visser kafferde mijn vader uit: ’Dan vind ik je een “zus en zo”. Achteraf denk ik dat het over die vreemde man ging die die dag bij ons aan de tafel zat.

Op een keer waren de dames Ten Kate uit Dedemsvaart bij ons te gast. Ze sliepen in een bedstee bij Grootmoe, en ze aten bij ons aan tafel. Op de laatste dag van hun bezoek nam de jongste mij mee naar een winkel.    Ik mocht een armbandje uitzoeken, als geschenkje voor de gastvrijheid. Ook zij gingen met het schip ‘Linguenda’ van oom Gerrit mee naar Enkhuizen. Dat gebeurde overdag.

Maar het hoe, wat en waar, daar werd ik als 14-jarige buiten gehouden. Wat wel heel vervelend was voor een nieuwsgierig Aagje !

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500