Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
28 september 2020
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog (15)

Geplaatst op: 13 april 2017

Trijn van Berkum-Booi vertelt in een groot aantal delen haar herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog in Genemuiden. Ze is de zus van Hendrik Post, de bekende organist. Vandaag onder meer over het leven van de jeugd in Genemuiden.

Al vroeg in de oorlog kregen we Duitse taalboeken om Duits te leren. We begonnen    met: ein, zwei, drei,… enz. We zongen tweestemmig : ‘Knabe zag ein röslein stehn’. En een aftelversje klonk zo: Ich bin Peter, du Bist Paul, ich bin fleissig, du bist faul, ein zwei, drei. Du bist frei.

Maar veel meer was het niet. Wel waren we fanatiek bezig van papier de letter W van Wilhelmina te fabriceren, en bij aardrijkskunde Duitsland door te krassen, en er Mofrika voor neer te zetten.

De post bracht een reclame vloeiblad in rood, wit, blauw en oranje. En in het wit stond dik gedrukt ‘De Goeyens koffie en thee komen terug’ !

We gingen bloemen plukken in Mastenbroek, en vonden repen zilverpapier. Er werd ons verteld dat het foto’s zouden worden als je ze in een emmer met water deed. Maar dat was flauwekul, want het was een afweermiddel voor de radar van de vijand. Maar Dina en ik waren er druk mee.

We jouwden een Landwachter uit die in uniform op de hoek van de Nieuwstraat stond met een stapel kranten. En we zongen: ’Op de hoek van de straat staat een NSB-er. Het is geen man het is geen vrouw, het is een rasplebeër. Op de hoek in’t  pikkezwart staat hij daar te venten. Hij verkoopt zijn vaderland voor zes zinken centen’. En als we gezongen hadden dan draafden we hard weg. Stout? Welnee!

De moffenmeisjes die in Genemuiden helaas ook waren, en die in en uit liepen bij de Moffen, daar liepen we met een grote boog omheen. Of we zeiden in hun bijzijn: ‘Heb je het al gehoord? Hitler is vermoord!  Hij ligt in de Dedemsvoart’.  En zo waren er allerlei dingen die ons kinderverzet lieten zien. We riepen elkaar toe:O,Zo…  Oranje Zal Overwinnen!  betekende dat. En we waren gek op de verboden foto’s van ons Koningshuis.

Mijn broer was intussen het onderduiken meer dan zat. Zo zat dat hij in de winter van ’44-45 het waagde om met Margje te gaan  schaatsen. En wel op de ijsvloer van de inmiddels [door de Duitsers] ondergelopen polder van Mastenbroek. Het vroor hard en het was volle maan! Ik vroeg of ik mee mocht en dat was goed. Ik was zo blij als een vogeltje, schaatsen…

Het was buiten zo licht alsof het dag was, en nog kan ik in gedachten de glanzende ijsvloer van Mastenbroek zien en de vrieskou voelen. Het was er erg druk, met schaatsende jeugd, maar er was gelukkig geen Duitser te zien. Ze bleven ,denk ik, liever bij de warme kachel zitten. Na een poosje stond ik als ‘krummelaar’plotseling alleen  op het ijs. Broer en aanstaande schoonzus hadden mij maar mooi in de steek gelaten. Ze waren nergens meer te zien en ik vond er opeens niets meer aan, en sukkelde op huis aan.

Maar nu denk ik : Geef ze eens ongelijk, toen ze later in datzelfde jaar op 6 september 1945 trouwden hadden ze maar liefst 9 jaar verkering achter de rug. Toen Hendrik die avond thuis kwam heeft hij nog wel een pittig woordje aan moeten horen!

Die ondergelopen polder Bezorgde ons toen ook nog een ander avontuur. Op een herfstavond in 1944, toen het donker was, had mijn moeder nog een late klant in de winkel. Ze had de buitendeur op een kier. Het was Gerrege, een oude buurvrouw, die de schrik van haar leven kreeg ! Er vloog een grote dikke rat bij haar langs ons huis in.Door de winkel; door de bakkerij; waar mijn vader een schreeuw deed ; naar de keuken, waar ik bij het aanrecht stond. Het beest keerde vlak bij mijn vader om, en liep dezelfde weg terug naar buiten, weer bij Gerrege langs ! Buiten op straat waren een aantal Genemuidiger mannen met stokken en schoppen en zaklantaarns aan het jagen op ratten,die uit de polder van Mastenbroek waren verdreven door het opkomende water. Later hoorden we dat ze zeven ratten gevangen hadden.

Of het waar was? Weet ik niet. Maar het was een hele consternatie !!

Intussen was onze turfschuur aardig ingekort, want er kwam geen nieuwe voorraad bij. En het turfhol was nu ook verdwenen. In de chaos die toen heerste in ons land, besloot broer Hendrik om zich te melden  bij de Tod. Dat was een soort Duitse Arbeidsdienst. Vele Genemuidiger mannen hadden zich, ten einde raad, gemeld om te gaan werken aan de stellingen in de Velde tussen Zwartsluis en Hasselt. Ze kregen gereedschap, en mochten elke avond thuis komen met een stuk oorlogsbrood en een stukje worst. Die worst spaarde mijn broer voor mij want die vond ik toen zo lekker!

Eens op een avond kwam hij niet op tijd thuis. Mijn moeder was in paniek, Margje en ik werden er samen op uit gestuurd om te horen hoe en  wat. Hij was verlaat. Ze hadden een jonge vent onder het ijs gevonden, die verdronken was. Hendrik heeft het daar erg moeilijk mee gehad. En de winter en de oorlog duurden maar voort. Het leek of er geen einde aan kwam.

We waren er nog niet, hoewel onze bevrijders wel weer op gang waren gekomen na het Ardennen offensief.

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500