Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
26 november 2020 t’ Olde Staduus
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Sluipmoordenaar (column Nick Hoekman)

Geplaatst op: 21 juli 2017

‘Linkin Park frontman Chester Bennington pleegt zelfmoord’. Het is een bericht wat meerdere malen voorbij komt op Twitter. Uit een soort van automatisme drukt mijn duim op het linkje om me door te verwijzen naar de website van de NOS. Ik lees het, lees het nogmaals. En ik schrik. Het besef dringt tot me door dat deze gevierde muzikant een eind aan zijn leven heeft gemaakt. Schrik ik omdat ik een fan ben van Linkin Park? Nee. De muzikale afslag die Linkin Park heet, ben ik nooit bewust opgereden. Het was er gewoon, maar ik kreeg er geen gevoel bij. Net zoals ik dat destijds ook niet kreeg bij het drankje Boswandeling en keeper Ronald Waterreus. Waar ik wel van schrok is dat er iemand is die van zijn laatste bewuste handeling een eeuwige en onomkeerbare heeft gemaakt.

En daar schrik ik van. Ik schrik er elke keer van zodra bekende mensen zelfmoord plegen. Is het bij bekende mensen dan erger, dat ze zelfmoord plegen? Nee. Maar het komt hierdoor wel in het nieuws. En hierdoor word ik weer met m’n neus op de feiten gedrukt. Suïcide is er altijd. Het ligt altijd op de loer. En ja, het gaat nu – redelijk – goed. Ik weet zelf wat mijn grenzen zijn en wanneer ik aan de bel moet trekken. Mijn stemming kan ik prima uitleggen in getallen, tussen de een en de tien. Ik schommel nu rond een vijf. Soms een zes, soms een vier. Dat is voor mij prima. Wanneer mijn stemming beneden de vier komt, gaat het slecht en begint suicide weer een optie te worden. Maar voordat mijn stemming zakt van een vier naar een drie, gaan bij mij de alarmbellen af en grijp ik zelf naar professionele hulp. Die afspraak heb ik met mezelf gemaakt, daarvoor sta ik sterk genoeg in m’n schoenen.

Voor nu althans. Want er zijn zoveel mensen die deze afspraak met zichzelf hebben gemaakt. Zoveel mensen die ouder dan mij zijn, zolang hebben geworsteld met depressies en angststoornissen, het gevecht met én tegen zichzelf plus de buitenwereld hebben gewonnen. Keer op keer. En toch, en toch komt er bij sommige een moment dat je alsnog verliest. Dat de sluipmoordenaar die psychische klachten heet alsnog toeslaat, vanuit het niets. Hij palmt je heel rustig in. Als een python die langzaam en nietsvermoedend om je nek hangt als een vriend die er voor je is. Maar steeds verder zijn slangenleren-vel om je nek aantrekt, tot er een moment komt dat je niet meer terug kunt. Dat het te laat is, het je verstikt en langzaam in slaap sust.

En dat maakt me bang. Dat er ooit een moment komt dat deze python mij heel langzaam besluipt, om vervolgens toe te slaan. En dat wil ik niet, het leven is te leuk om te laten verpesten door zo’n kut slang.

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500