Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
23 november 2020 t’ Olde Staduus
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

De Biestemerk van… Sander Sleking (1)

Geplaatst op: 17 oktober 2017

In de rubriek ‘De Biestemerk van…’ vragen we diverse Genemuidenaren op hun weg naar de Biestemerk toe en wat ze doen op de dag zelf. Vanmorgen: marktmeester Sander Sleking over de opbouw en de start van Biestemerk (deel 1).

Het is nog geen half 4 als marktmeester Sander Sleking en stagiaire Leonne Oonk ‘t Olde Staduus binnenstappen. Mede-marktmeester Luuk Altena heeft dan de koffie al klaar. Hij begint aan zijn 38e Biestemerk als marktmeester.

Zo rond kwart voor vier schuift twee man van Zegers Marktkramenverhuur aan. Zij gaan straks beginnen aan de opbouw van de markt. “Normaal drinken we thuis een bakkie”, vertelt een van hen. “Maar dat hebben we nu niet gedaan, want die krijgen we hier altijd.”

Sleking begint inmiddels aan een eerste rondje over de marktlocatie. Er staan nog drie auto’s geparkeerd, meldt hij over de portofoon. “Op afsleep”, voegt hij eraantoe. Het blijkt om onder andere een Poolse auto te gaan. “Het kan nog wel even hoor”, vindt Altena.

Ondertussen komt Sleking verschillende mensen tegen op straat. Dag en nacht wisselen zich echt af in het nog vrij rumoerige centrum. “Ik had verwacht dat het rustig zou zijn op straat”, vertelt Oonk. “Als je op maandagavond naar een café gaat, dan verwacht ik niet dat je om kwart over drie nog op straat loopt.” In Genemuiden blijkt die situatie toch iets andere te liggen.

Sleking keert lachend terug van zijn rondje. Vlak voor binnenkomst viel er bijna een vrouw van haar fiets. “Ze zei dat ze zich moest schamen, want ze had een kinderzitje achterop. Dat had ze dan toch nog in de gaten.”

Na nog een bakje koffie is het tijd om naar buiten te gaan. Oonk heeft er zin in, zegt ze. “Het was me direct aan het begin van de stage vertelt dat ik dit zou meemaken. Maar ik had niet verwacht dat het zo druk zou zijn. Het is wel heel leuk dat je zoiets meemaakt.”

Sleking en Oonk lopen nog even bij De Kaaihof naar binnen om te vragen of een van de drie auto’s misschien bij het personeel hoort. Dat blijkt het geval, en even later is de auto ook daadwerkelijk weg. Na een belletje naar autoberger Hooikammer, voor de afsleep van de twee auto’s die er nog staan, kan de opbouw beginnen.

Het is inmiddels 10 over 4. “We gaan”, vindt Sleking. Zwijgend en geroutineerd doen de jongens van Zegers hun werk. De Biestemerkdag is begonnen.

Gepubliceerd door Enrico Kolk
Van Dijk Containers 500