Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
23 februari 2020
Agenda
Sycade (tijdelijk)

Erik Neimeijer wil nog steeds wereldberoemd worden

Geplaatst op: 24 januari 2020

Een beetje het klassieke verhaal van de plattelandsjongen die de wereldzeeën wil bevaren, maar uiteindelijk aardt op de geboortegrond. Al blijft het bij gitarist Erik Neimeijer van Bökkers altijd kriebelen. “Als kind wilde ik wereldberoemd worden, en dat wil ik nog steeds”, zei hij donderdagavond tijdens het CultCafé in d’ Overtoom tegen presentator Jan Blei.

“Veilig, gezellig en op een gegeven moment strontvervelend”, kijkt Neimeijer terug op zijn jeugd in Heino. Hij was daar elke avond de deur uit voor de muziek: bij de fanfare, bij dweilorkest de Stroatklinkers, bij het kerkkoor en in zijn eerste bandjes. Met Soundsurfer dacht hij even dat de wereld aan zijn voeten lag. Hij trad op bij Barend & Van Dorp en kon op kosten van de platenmaatschappij clips maken. “Maar we hadden nul fans…”, ontdekte hij al snel de bittere realiteit. Dat maatje Hendrik Jan koos voor een verhuizing naar Jovink & The Voederbietels begreep hij kortom wel.

Zelf ging hij zijn dromen achterna in Amsterdam. Hij studeerde met groot gemak psychologie aan de Universiteit en kreeg later ook een baan, maar zijn tijd bracht hij meestal door met andere bezigheden. “Ik ging naar Amsterdam voor de muziek, maar daar gebeurde eigenlijk helemaal niets. Wat komt er nou voor muziek uit Amsterdam? Met drugs had ik het drukker. Stijf van de speed schreef ik rapporten voor mijn baas. Ik had niet de indruk dat hij erg tevreden over me was. Daarnaast had ik schulden. En ik was jaloers op jongens die ik kende die wél succes met de muziek hadden, zoals mijn vriend Bertolf.”

Een tragedie bracht hem terug naar Salland. De man van zijn oude schoolvriendin overleed en Neimeijer bezocht de begrafenis. De vonk sloeg weer over en binnen een jaar hadden ze een kind. “Dat viel niet goed in Heino, waar ik toch al die ‘junk uit Amsterdam’ was, maar ik wist meteen dat dit het was. Mijn vrouw is wél een goede psycholoog én zij regelde de financiën. Met de kinderwagen ging ze Zwolse kroegen bij langs om te vragen of ik daar nog een rekening had open staan….”, vertelt Neimeijer, die bovendien de vrijheid kreeg om toch weer met muziek bezig te gaan.

Zijn project Lorrainville leverde hem zelfs een Edison op. En dat terwijl de band op merkwaardige wijze tot stand was gekomen. De Zwolse producer Guido Aalbers bedacht een fictieve bandnaam met een al even fictieve albumtitel en postte die online. ‘Ik wil wel zanger zijn…’, grapte ik en bevriende muzikanten zoals Peter Slager van Blöf en Anneke van Ginsbergen reageerden ook. Voordat we het wisten was die fictieve band ineens een echte band”, kijkt Neimeijer terug. Maar alle bandleden hadden naast het nevenproject een muzikale loopbaan en dus kwam een vervolg niet meer van de grond.

Een hereniging met jeugdvriend Hendrik Jan Bökkers zorgde voor een nieuw hoofdstuk. “Jovink was gestopt en Hendrik Jan wilde eigenlijk wel door. ‘Laten we in dat gat springen…’, zeiden we tegen elkaar. Zo begonnen we een Normaal-coverband en ontmoetten we ook Normaal-drummer Jan Manschot. ‘Jullie zijn een goede band, maar ga eigen nummers schrijven’, zei hij. Samen met hem schreven we ons eerste nummer en een paar jaar later gingen we volledig over op eigen werk.”

Neimeijer belandde in een nieuwe wereld die hij nog van vroeger kende. Bökkers opende zijn ogen. “Voor deze band was ik een serieuze jongen die zich zorgen maakte over de recensie in OOR. Die moesten mijn nummers goed vinden. Muzikanten zijn wat dat betreft erg in zichzelf gekeerd. Met Bökkers sta je in een feesttent en krijg je meteen respons. Veel belangrijker dan een stuk in een blad. We hebben bovendien een heel jong publiek dat helemaal niet bezig is met bladen of radio. Ik las pas dat de gemiddelde luisteraar van Radio2 60 jaar is. Nou, die komen niet meer op de plekken waar wij optreden hoor…”

Al wringt dat ergens ook wel. Neimeijer wordt gedreven door ambitie, maar beseft dat de boerenrock van Bökkers snel aan een plafond zit. “Wat mij betreft gaan we naar de Ziggo Dome, maar ergens heb je het dan wel gehad. Al spreken ze tot aan Denemarken min of meer onze taal. Maar het zal moeilijk worden om bij wijze van spreken Amerika een voet aan de grond te krijgen.”

Gelukkig is er nog een andere route naar de verlangde wereldfaam. Neimeijer sloeg een paar jaar geleden met opvallend succes aan het schilderen. “Ik bezoek mijn hele leven al musea en ben helemaal gek van kunst. ‘Ik geloof dat ik dat ook wel kan…’, zei ik steeds vaker tegen mijn vrouw. Die huurde vervolgens een ruimte in de Achterhoek en toen moest ik wel. Stond ik daar in zo’n atelier….maar uiteindelijk ben ik als een gek gaan schilderen. Ik ben een harde werker en maak elke dag twee schilderijen.”

Voorraad genoeg kortom voor exposities in bijvoorbeeld het Herman Brood Museum, op de Antillen en in Miami. En vanaf maart begint de volgende tournee langs alle feesttenten van Nederland alweer. Dat blijft hij niet tot hoog bejaarde leeftijd doen, vermoedt hij. “Nee, ik wil niet zo’n chagrijnige oude rocker worden die kromgebogen op het podium staat. Kan bij Bökkers denk ik ook niet. Juist dat energieke is onze kracht. Maar goed: we kunnen later altijd nog weer zo’n reunietourtje doen…”

Naast Neimeijer waren ook presentator Johan Schoterman uit Steenwijk en Metal-producer Bertus Westerhuis te gast.

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500