Agenten begluren auto’s voor pilot tijdens het Donkere Dagen Offensief
Er komt een melding binnen bij de politie: op een normaalgesproken rustige plaats rijden ineens meerdere voertuigen rond. Klopt dat wel? “Deze persoon is alert”, concludeert agent Olav. Hij is de initiator van de pilot die de politie en de gemeente woensdagavond samen houden.
Dat is onderdeel van het Donkere Dagen Offensief: “Criminelen wanen zich ongezien in het donker en het risico op insluipingen en inbraken is dan groter”, weet hij. Door het in scene zetten van verdachte situaties willen de politie en de gemeente daar aandacht voor vragen.
In elk van de drie kernen gaan politieagenten in burger de straten op. Een uur lang zorgen ze ervoor dat er opvallende situaties ontstaan. “Bijvoorbeeld door overdreven aandacht voor auto’s te hebben of iets te doen dat niet passend in het straatbeeld is.”
Zelf zit Olav achter het scherm in de politiepost in het gemeentehuis. Hij houdt daar bij hoeveel meldingen er binnenkomen. Niet alleen via de telefoon, maar speciaal voor de actie is dat ook mogelijk via sociale media.
“Als er geen meldingen binnenkomen, dan is de pilot ook geslaagd”, vertelt hij. “Want dan weten we dat er werk aan de winkel is. En als er wel veel meldingen binnenkomen, dan weten we dat de mensen alert zijn.”
Met alert zijn bedoelt hij niet alleen het zien van een situatie en dat doorgeven. “Wat we graag willen is een zo volledig mogelijk signalement en een goede beschrijving. ‘Hij rende weg toen ik hem aankeek’, is veelal de praktijk. Maar we hebben meer nodig om de heterdaadkracht echt te vergroten.”
Ook de boa’s doen mee met de actie, zegt Renate ten Hove van de gemeente. “We willen dit als gemeente bevorderen: ‘Zie het?! Meld het!’. Dit gaat dus ook om de bewustwording van wat bijvoorbeeld een verdachte situatie is.”
Niet dat de meldingen bij de gemeente binnen moeten komen. Juist niet zelfs: “Daarvoor hebben we een meldkaart gemaakt. Daarop kun je zien welk nummer je moet bellen in welke situatie.”
Elke kern komt afzonderlijk aan de beurt. “Op die manier is het controleerbaar”, merkt Olav op, die rechtstreeks in contact staat met de meldkamer. “Als er iets in Genemuiden of Hasselt gemeld wordt, terwijl we in Zwartsluis zijn, dan weten we dat er echt iets aan de hand is.”