Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
25 oktober 2020 t’ Olde Staduus
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Fietsers

Geplaatst op: 27 augustus 2014

Ik woon aan een straat waar veel fietsers doorheen glijden of jakkeren. Op weg naar nog mooiere oorden. Ik mag er graag naar kijken. Van die tot in de puntjes voorbereide grijze duiven. Fietskaart voorop, tasje met proviand voor onderweg achterop. Steeds vaker voorzien van elektronisch voorbeweging. Frivool zijn ze soms ook. Mannen met bierbuiken en enorme tossen grijze haren op de borst schamen zich er niet voor om zonder overhemd rond te fietsen. Meestal fietsen de vrouwen in zo’n geval een meter of tien achter hun echtgenoot. Gelukkig houden zij hun topjes wel aan.

Regelmatig zijn het kleine groepjes fietsers. Gezellig fietsen in De Wieden met zijn viertjes. Soms worden ze wat vrijpostig. “Jongeman…”, zeggen ze dan tegen mij, waarmee ze op zich mijn sympathiek winnen, “jongeman, kunt u mij vertellen of er een terras is in uw dorp?”. Natuurlijk kan ik dat, daar woon ik zo goed als naast immers. Als ik even later langs dat terras wandel, zie ik de fietsers naar mij kijken. “Daar heb je die meneer van zojuist…”, hoor ik ze fluisteren. “Gevonden?”, vraag ik dan. “Gevonden! Heerlijk hoor”, klinkt het dan, terwijl ze aan een Sundae aardbeien, halve liter bier of decent kopje koffie zitten.

Een andere categorie fietsers is wat jonger van aard. Meestal zijn dit stelletjes met sandalen die in hun hemd op de fiets zitten. Soms voorzien van een gleufhoed of strooien hoofddeksel. Achterop meestal bagage van een omvang die doet vermoeden dat het om een kampeertent gaat. Ze zijn onderweg naar een camping, bij voorkeur zo min mogelijk luxueus van karakter. Onderweg geld uitgeven doet deze categorie doorgaans niet. Ze nemen hun eigen broodjes mee en hebben drinken in hun bidon. Ik zie ze kortom alleen voorbijtrekken.

Een categorie die wat meer ergernis oproept zijn wielrenners. Beter gezegd: mensen die denken dat ze wielrenner zijn. Vaak mannen met te dikke buiken en enorme kuiten die doen voorkomen alsof ze de snelheid van pakweg Bouke Mollema of Vincenzo Nibali kunnen ervaren. Ze schreeuwen regelmatig tegen elkaar. Meestal ten teken dat er een auto aan komt. Liever zouden ze hebben dat die auto’s altijd aan de kant zouden gaan, maar dat is niet realistisch. Pas zat ik met mijn auto achter zo’n kudde veertigers en vijftigers. De achterste van het stel maakte wilde gebaren dat ik moest inhalen. Dat dit in een onoverzichtelijke bocht moest gebeuren, maakte hem schijnbaar niet uit.

De laatste categorie fietsers is veruit het vriendelijkst en sympathiek. Daartoe behoor ik zelf. Zo’n sullige vader met een kinderzitje voorop en soms zelfs ook nog achterop. Zo’n kinderzitje waar een kind in zit. In mijn geval een pracht van een dochter die onderweg alles aanwijst en volstrekt onbegrijpelijke klanken prevelt. Van papa’s taal word een liefhebber van literatuur ook niet vrolijk. “Koetjuh boeh!”, zeg ik dan. “Of pa-pa…pa-pa…zeg eens pa-pa.” Deze categorie fietst opvallend langzaam. Voorbijgangers kunnen zo extra goed de schoonheid van het kind en het vertederende beeld van een vader en dochter aanschouwen. Vooral vrouwen lachen bijna verliefd als deze fietsers langskomen.

Ik fiets de laatste tijd steeds vaker met een kind voorop.

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500