Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
20 september 2020
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Beurtvaart (column Gerrit van Houwelingen)

Geplaatst op: 10 augustus 2015

In de buitenhaven lag jarenlang het 131 ton tellende vrachtscheepje van schipper Cuperus, een oude baas van dik in de zeventig. Hij woonde aan de wal, maar had zijn ‘luxe motor’ uit begin jaren dertig aangehouden. Iedere zomer was hij volgschip bij het skûtsjesilen. Op een middag na schooltijd loopt de meester even naar ’t veer en hoort vreemde geluiden uit de machinekamer komen. Omdat de schipper de afgelopen winter een paar omleidingen heeft gehad, gaat hij aan boord om te vragen wat er aan scheelt. ‘Hij lekt olie, dat gaat geld kosten, ga je mee naar de werf als het zover is’? Een week later op een woensdagmiddag varen ze de haven uit. Als ze de monding van de Vecht voorbij zijn, doemt de werf op, waar mevrouw Cuperus al op hen staat te wachten. Een week later ligt het scheepje weer op z’n vaste stek voor de wal, ook met een omleiding!

In zijn directeurskamer hangt de ‘Elizabeth’, het scheepje van opa, bouwjaar 1911, groot 125 ton, ook een luxe motorechien. Het vaart op de Oude Maas, erachter een sleep met manillatrossen van de touwbaan, op de achtergrond Rotterdam van voor het bombardement. Opa is beurtschipper en vestigt zich aan de Dam in de Alblas. In de beurtvaart tussen Dordrecht en Rotterdam, een dienstregeling langs een vast traject, vindt hij een groeiende klantenkring. Oma kruideniert in bijverdiensten. In zijn jongensjaren slentert hij na schooltijd vaak langs de haven, maar de beurtvaart heeft dan al zijn langste tijd gehad. Het wegvervoer drukt de dwergen van de rivier.

Als het feest is in een van de Zwartewatersteden en Geert Mak het festival der stadsrechten opent met een lezing in een stampvolle kerk is hij van de partij. Mak weet als geen ander de sfeer van vroeger op te roepen met zijn geur van touw en teer. Vervolgens spoedt hij zich naar het oude stadhuis, waar een prentenkabinet is samengesteld over de boeken van W.G.van der Hulst met tekenwerk van zijn zoon. Een groepje nostalgen speelt er een scène uit ‘Rozemarijntje’ en voert haar met een heus biggetje ten tonele. Isings en Jetses hangen aan de wanden, sterfelijk en nabij tegelijk, zoals Geert een van zijn boeken besluit.

Enkele weken later viert de vereniging tot stichting en instandhouding van een School met de Bijbel te Alblasserdam haar 125e verjaardag met een reünie. De school staat aan het Scheepsbouwplein, een vingerwijzing naar de broodwinning van het dorp in vroeger dagen. Hijzelf liet als jochie geen tewaterlating bij Verolme lopen of het moest onder schooltijd zijn als de hoogwaterstand van de Noord geen ander tijdstip toeliet. Meer dan een halve eeuw geleden zat hij bij meester Blokhuis in de vierde klas. Hij is in de zeventig, ook aanwezig, en herinnert zich nog veel namen, want ze waren zijn eerste klas. Hij gaf voor de liefhebbers Franse bijles. Geweldig! Toen wist een van zijn leerlingen zeker niet naar de ambachtsschool te willen, maar naar de mulo met zijn talen, algebra en meetkunde, handelsrekenen en boekhouden.

 

 

 

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500