Al 20 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
27 mei 2024 t’ Olde Staduus
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Slotkoraal (column Gerrit van Houwelingen)

Geplaatst op: 17 december 2015

Het is nog donker als hij de kooiker uitlaat. Gelukkig trotseren ook de krantenjongens het duister. Kwart voor acht legt hij het ochtendblad weg, pakt zijn tas, groet het vrouwtje en zoeft met de lift naar beneden. Bij de buitenhaven rijdt hij een collega die van d’overkant komt in de wielen. Een klein stukje fietsen ze samen op en legen de postbus van school. Op het plein is nog geen kind te bekennen, maar de gang geurt al naar versgezette koffie. Hij loopt echter eerst naar de klas en pakt een kinderbijbel. Het is de tijd van de koningen en in het dal Hinnom bij Jeruzalem worden mensenoffers gebracht. Koning Achaz offert er zelfs zijn bloedeigen kind aan de Moloch, de god van het vuur. Een volk dat in duisternis wandelt. Hij krabt zich eens achter het oor. Eerst maar een bak koffie.

De laatste middag voor Kerst zijn de kinderen vrij. Om zeven uur worden ze terug verwacht. Blazers onder ouders en oud-leerlingen ondersteunen de kerstzang op het plein. ‘Weest blij, Hij is nabij, Immanuël’, jubelt het koperkwartet, bijgelicht door flakkerende toortsen. Hij leest in deze dagen de persoonlijke kroniek van Maarten ’t Hart over het laatste jaar van de vorige eeuw. Deze roemt de sublieme tenor-aria uit cantate 85 ‘Seht, was die Liebe tut’, waarna Maarten zonder enige gêne op dezelfde bladzijde het christendom onbedaarlijke apekool noemt, een louche onderneming van God & Zoon. Maar het wordt Kerst, en kijk wat de Liefde doet!

In de pakweg tweehonderd cantates van Bach liggen de mooiste parels uit de muziekgeschiedenis opgeslagen. In de zestiger jaren viel het niet mee deze goudmijn te delven. Bij stukjes en beetjes gaf deze wondere wereld zich aan hem prijs. In Colchester, net boven Londen, tijdens een fietsvakantie, vond hij enkele Nonesuch-uitgaven: ‘Jauchzet Gott in allen Landen’. Of zoals die keer toen hij in Arnhem, nog maar een blauwe maandag schoolmeester, op een druilerige zaterdagmiddag voor een joetje de tenorcantate ‘Ich armer Mensch, ich Sündenknecht’ met Peter Schreier als solist op de kop tikte. Dat was Telefunken. Een geeltje voor een langspeelplaat was in die tijd een smak geld, maar een enkele keer prijsde Archiv of Das alte Werk er eentje af. ‘Ich hatte viel Bekümmernis’ was evenwel veelal het credo op zijn strooptochten langs de muziekwinkels. Maar sinds de Kruidvat-explosie in het jaar tweeduizend heeft hij voor een meier alles onder handbereik. ‘Der Himmel lacht, die Erde jubilieret!’

Winterslaap. De sopraan-aria uit cantate 41 vult zijn appartement met betoverende schoonheid. Lass uns, o höchster Gott, das Jahr vollbringen, damit das Ende so wie dessen Anfang sei. Als hij de hond uitlaat in de schemering, vlaagt een natte sneeuwbui over het Diep. In het plantsoen bij de volière scharrelt een roodborst schichtig rond onder de hulststruiken, zoekend naar een kruimeltje van de tafel van gemeentewerken. Hij zal deze week weer eens havermoutvlokken strooien voor de armoedzaaiers. Dan zoekt hij de warmte van driehoog weer op. Het slotkoraal juicht: ‘Und wünscht mit Mund und Herzen ein selig neues Jahr.

 

 

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500