Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
19 september 2020
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog (12)

Geplaatst op: 23 maart 2017

Deel 12 van de herinneringen van Trijn van Berkum-Booi aan de Tweede Wereldoorlog. De geboren Genemuidense heeft haar memoires aan de oorlogstijd op papier gezet. Ondertussen is ze toe aan de laatste oorlogswinter, waarbij de vlucht van mensen uit het westen van Nederland naar het oosten op gang komt.

En toen kwam de winter van 1944-‘45 met veel ijs en sneeuw. En heel veel chaos in de wereld. De geallieerde luchtvloot dreunde nu dag en nacht boven Genemuiden.

En ’s avonds en ’s nachts kleurde de lucht rood in het Oosten. Daar brandden de grote steden in Duitsland met grote felheid. Het is eigenlijk een groot wonder dat er op Genemuiden nooit één bom is gevallen, en nooit één huis beschadigd, terwijl het gevaar toch zo dichtbij was.

Ook op die zondagmiddag, toen er weer een luchtgevecht boven ons was. Hendrik en ik waren alleen thuis, en hij ging met mij in de gang zitten tegen de ovenmuur aan. Hij zei dat daar de veiligste plek was in ons huis. Ik voelde dat hij ook bang was, net als ik. Hand in hand zaten we daar te wachten tot het voorbij zou zijn. Hij had de Grebbeberg meegemaakt en wist hoe gevaarlijk explosieven kunnen zijn. Hoe beschermend was hij voor zijn zusje !

Elke dag trok er nu een stoet van mensen uit het Westen door de Langestraat. Met allerlei voertuigen en allemaal te voet. Etenhalers, mensen die erge honger hadden. En daartussen marcheerden soms weer een groep Duitse soldaten. Zij waren eigenlijk de oorzaak van deze ellendige toestand!

Op een zaterdagmorgen moest ik het krantje Strijdend Nederland wegbrengen naar Ome Jo in de Langestraat. Maar Genemuiden zat propvol Duitsers en de meeste burgers bleven liever binnen. Je wist maar nooit wat er kon gebeuren!

Mij ouders waren het niet eens over de manier om het krantje te vervoeren. In een tas was niet vertrouwd en in de jaszak ook niet. Het was of onder de kleren of in de schoenen. Omdat mijn schoenen op de groei gekocht waren en mij wel een paar maten te groot waren, zaten er watten en zooltjes in die er uitgehaald konden worden.

En zo gebeurde het dat ik even later op de Dijk liep, een beetje kreupel, maar het ging. Op dat moment kwam er om de hoek een bakfiets aan met twee jonge Duitse soldaten. De ene moest trappen en de andere lag er languit en zingend boven op, zo dronken als wat! Er kwam een meisje aan gelopen en die kregen ze in het vizier. Ze was een paar jaar ouder dan ik. Ze  probeerde de Duitse soldaten te ontvluchtten. Maar ze reden haar klem tegen een schuurdeur en ze kon nergens meer heen. Ze begon uit alle macht te schreeuwen om hulp, en ik bleef weifelend staan. Want wat moest ik doen ?

Gelukkig gingen er een paar deuren open en kwam er hulp in de vorm van een paar potige Genemuidiger jongens, die het meisje hielpen om weg te komen. En de zingende soldaten dropen af!

Toen ik even later in de Langestraat aankwam, vertelde ik ome Jo en tante Geertje wat er gebeurd was, want wat had ik de schrik nog in de benen! Ze keken wel een beetje verbaasd dat Strijdend Nederland uit mijn schoen moest komen. Met een heerlijke vooroorlogse pepermunt achter de kiezen liep ik blij en opgelucht weer terug naar huis.

Toen het in dat najaar kouder werd kregen we voor onbepaalde tijd vrij van school, want er was geen brandstof meer voor de grote kachels. In 1944 was ik 13 jaar en werd zo geleidelijk aan ingeschakeld als hulp in de winkel, bakkerij en huishouding.

Maar ik mocht ook nog graag spelen. Mijn 3 poppen had ik Beatrix, Irene en Margriet genoemd naar onze 3 prinsesjes.

We hadden op straat ook veel te spelen met al die vreemde kinderen erbij. Ze waren door goed voedsel al weer mooi op krachten gekomen, en ook al een beetje ingeburgerd.

Rietje Rijbroek uit Haarlem was een heel leuk meisje, en Janny Kwint ook. Ze woonde bij tante An boven met haar ondergedoken familie. Maar daar vroeg je niet naar, zoals ze ook niet naar mijn broer Hendrik vroegen. Je wist veel, maar praten deed je niet. Je besefte terdege dat zoiets levensgevaarlijk kon wezen !

 

Gepubliceerd door Erik Driessen
Van Dijk Containers 500