Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
29 oktober 2020 t’ Olde Staduus
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

De Sam (column Johan Snel)

Geplaatst op: 24 april 2020

In horeca spreken we niet van klanten maar van gasten en, gasten heb je in allerlei categorieën.., geïnteresseerden, brutalen, lomp en onbenulligers, gezelligers, praatjesmakers, allesweters, slimme, geslepen enz. De man waar ik het over wil hebben kan ik eigenlijk niet in één van deze categorieën thuisbrengen. Hij liet zich namelijk niet in een hokje plaatsen. Eigenlijk zijn alle categorieën wel van toepassing op deze eigengereide doch zeer gewaardeerde gast waarvan we een tijdje geleden om gezondheidsredenen al afscheid van moesten nemen.

Gisteren is er definitief afscheid genomen van een persoonlijkheid die je nooit meer zal tegen komen, hier was er maar één van. Dit was de laatste der mohikanen zou je kunnen zeggen. De portrettekening die ik ooit van hem heb laten maken hangt als trotse herinnering aan de cafémuur en getuigd van hoe zeer hij ook onder de collega stamgasten gewaardeerd werd.

Meestal was zijn gemopper al eerder binnen dan hijzelf, voor dat hij op zijn kruk zat had hij de dagelijkse ergernissen al op de bar liggen. Daarna nam hij een ruime slok van z’n vers getapte biertje waarvan het schuim geen tijd had om in kakken, na z’n toch over het algemeen net iets te grote snor te hebben afgeveegd volgde het luide afdronk geluid…, aaaeehhh!

Heb je nog nieuws vervolgde hij dan. Na wat nieuwtjes te hebben uitgewisseld en sterke bar verhalen met mede gasten volgde vaak een muzikaal verzoekje zoals ook in het begin jaar van het café. “Draai eem die van euhh prrrr…” pardon welke bedoel je? “Nou die van prrrr, verbaasd kijk ik hem dan aan en een nog langere prrrrrrrrrrrr…, volgde. Ut get zo..” en hij begon dan een deuntje te neuriën welke ik in de verste verte niet kon thuis brengen. Dit ritueel herhaalde zich bijna wekelijks in het eerste jaar maar ik kon er niks bij bedenken. Teleurgesteld en geïrriteerd gaf hij mij de schuld dat ik geen verstand van muziek had en gaf het uiteindelijk op.

Enige tijd later sprak ik een kastelein in ruste uit Zwartsluis die dit heerschap ook regelmatig tot vaak aan de bar had zitten en, op de vraag wat dit muzikale raadsel kon zijn en na mijn beste prrrr.., begon hij te lachen en wist hij me direct te melden dat het om Eric Clapton ging met het nummer Pretending.

De eerste de beste keer, nog voor dat het gemopper binnen was, klonken natuurlijk de eerste klanken van Clapton al door de zaak. Het intro wat opvallende gelijkenis vertoond met “prrrrr..” deed de kleine varkensogen oplichten en, de uiteinden van de over het algemeen hangende en te grote snor begonnen naar boven op te krullen. Wat dit nummer nou zo speciaal maakte heb ik eigenlijk nooit goed begrepen maar het was goed om te zien hoe het hem opvrolijkte wanneer we Clapton speciaal voor hem lieten spelen.

Veel.., heel veel herinneringen kwamen boven deze dagen, mooie, minder mooie maar ook ontroerende en, zeker niet te vergeten de prachtige verhalen en belevenissen van natuurmens. Vaak vertelde hij over de jacht en voorvallen die eigenlijk net niet het daglicht konden verdragen, voor het verhaal begon vroeg hij dan.., “kank met oe een koe steel’n” Natuurlijk, was dan het antwoord! En aandachtig luisterde ik naar de verhalen waarvan ik dacht dat ik ze als enige kende maar, die illusie vervaagde op het moment wanneer er een nieuwe gast binnen kwam en naast hem neerstreek, hetzelfde verhaal kwam dan nogmaals op de bar met ook eveneens de prangende vraag over het stelen van een koe.

Dikwijls ging hij huiswaarts met net zoveel gepruttel dan dat hij was gekomen en mompelde dan “bfff…vut vut, weg vut pffff.., ek koome dur wel”

Hoewel ik daar in het verleden nog wel eens twijfels over had, geloof ik nu “dat ie dur al is”

Zijn naam staat al die jaren al op de bar geschreven, wanneer u daar eens komt te zitten.., proost dan op hem

“De Sam”

Op een pracht van eigengereide knuppel met een gebruiksaanwijzing die slecht te lezen was.

Gepubliceerd door Erik Driessen

2 thoughts on “De Sam (column Johan Snel)

  1. Leo eenkhoorn schreef:

    “Ek koome dr wel”
    Zoals Johan aangaf, het was vaak een raadsel hou Sam thuis zou komen als hij weer eens een aansprekende hoeveelheid gerstenat had genuttigd. Overigens waren het de kleine rakkers waar Sam nog moeilijker van ging praten…

    Maar Sam had de eigenschap dat één maal buiten, hij elke passerende auto, waarvan de bestuurder ook maar iets van bekend gezicht voor hem had, mocht fungeren als taxi. Deze auto hield hij dan aan, niet door zn hand op te steken, maar door vol midden op de weg te gaan staan en in een enkel geval zijn grote, niet zo schone klauw op de motorkap te leggen…
    Soms ging dit niet helemaal goed, dan had de bestuurder geen idee wie deze vreemde man was en zich bijna doodschrokken, waarna het gas snel werd ingetrapt, een verbouwereerde Sam achterlatend…
    Zelf heb ik zeker een keer of 5 voor chauffeur gespeeld, Sam blokkeerde de doorgang, trok de passagiersdeur los, plofte neer op de stoel, deed soms ook nog de gordel om, richtte zijn blik naar links en stelde de vragen…
    Ku’j mi’j effn nor huis rieden, euhh.. waarna zo’n beetje al mn’ familienamen de revue passeerden voordat hij mijn naam had geraden…
    Omdat het meer moeite zou kosten om dat grote lijf de auto uit te werken dan een stukje te rijden reed ik hem dan naar het steegje bij zn’ woning…
    Vaak was hij dan bij aankomst net volop bezig met een net opgestart smeuiig verhaal dat hij nog even af wilde maken, wat nog eens 10 minuten extra kostte…
    Bedankt hè korre, doe’i de groetn’ an oe ome jan? Ek eb ‘m al een tiedtien niet ‘ezien…
    En dan was ie weer weg…
    Dan kreeg je toch het gevoel dat je een beroerd slecht betaalde taxichauffeur was haha….

  2. Gerrit van Houwelingen schreef:

    Sam en de Pater, zeiden de kinderen op school….en ik als vremde maar vissen wie er bedoeld werden….een prachtig geschreven in memoriam!

Comments are closed.

Van Dijk Containers 500