Al 15 jaar de nieuwssite voor Genemuiden!
2 december 2020 t’ Olde Staduus
Agenda
Van Dijk Heftrucks (tijdelijk)

Bert Weijs gooit de blusdeken in de ring (video)

Geplaatst op: 11 mei 2017

Bert Weijs met zijn ploeg. tekst: Enrico Kolk, foto's Erik Eenkhoorn

Bert Weijs houdt het na 25 jaar bij de brandweer, waarvan de laatste jaren als ploegleider, voor gezien. “Ik ben er aan toe”, zegt hij. “Het is goed zo.” Niettemin zal hij nog weleens te zien zijn bij een brand. “Voor 25 procent ben ik, beroepsmatig, officier van dienst bij de Veiligheidsregio.” Het ploegleiderschap daarentegen was vrijwillig.

De verwarring daarover komt Weijs wel vaker tegen. “Van beroep ben ik, sinds 1 januari 2014, in dienst bij de Veiligheidsregio, en daarvoor bij de gemeente, aan de preventiekant. Daarnaast had ik een vrijwillige functie als ploegleider, wat vroeger de commandant was.

Maar vrijwillig betekent niet vrijblijvend, voegt hij eraan toe. “Als je pieper gaat, dan moet je komen. En ik was er minimaal twee avonden per week druk mee. Er was altijd wel wat te doen. Soms moet je dan keuzes maken.”

Die keuze heeft Weijs gemaakt. Claudius Leusink, sinds 2006 bij de brandweer, volgt hem op. “Onverwacht”, zegt die. “Ik heb er echt niet op gewacht, het is plotseling op mijn bordje gevallen. Maar ik ben door de sollicitaties gekomen, hoewel het niet was voorzien en niet gepland.”

De keuze voor Leusink kwam eigenlijk vanuit een tijdelijke functie. “Ik heb driekwart jaar waargenomen in Deventer”, vertelt Weijs. “Daarvoor wilde ik mijn handen vrij hebben.” Leusink werd aangesteld als waarnemer voor Weijs, en nu dus opvolger. “Ik heb er zin in.”

Weijs daarentegen krijgt ‘rust’ nu, vertelt hij. “Ik heb een caravan in Hardenberg, en ik denk dat ik daar de komende tijd wat vaker te vinden ben. Maar natuurlijk mis je wel een beetje gezelligheid, want het is toch een stukje familie. Je ziet elkaar elke donderdagavond.”

Ook zijn er inzetten geweest die de gewezen ploegleider altijd bij zullen blijven. “Mijn ‘eerste brand’ was bij Delta Bouwmarkt op de Kamperzeedijk. Ik was thuis aan het schilderen – een brand komt altijd ongelegen – en halverwege het kozijn moest ik opeens weg. Bij aankomst knalde de asbest ons om de oren. Zonder adembescherming, toen wisten we nog niet dat asbest zo gevaarlijk was, gingen we er gewoon ‘water op gooien’. Dat was wat de brandweer toen deed.”

Inmiddels is er toch wat veranderd. “Daar deden we allemaal dingen die je nu niet meer doet. We struinden erdoorheen om te kijken of je nog wat zag. Dat doe je nu echt niet meer.” Het ‘water gooien’ is veranderd in gecoördineerd blussen.

Een praktijkvoorbeeld daarbij is de brand die onlangs bij Délan Stalen plaatsvond. “Daar konden we het geleerde in de praktijk brengen, alles viel daar op z’n plek.” Zo was de inzet van het blussen daar vol op de belendende panden, en niet zozeer op de brandhaard zelf: zorgen dat het beperkt blijft. “Bij Delta zag je al dat dat water gooien eigenlijk niet zoveel deed. Bij Délan net zo: daar deed het riet precies wat het moet doen: water tegenhouden.”

De grootste brand die Weijs in zijn dienstjaren meemaakte, was die bij Van Dijk Containers, in 2004. “Dat heeft veel indruk gemaakt. We stapten naar binnen en om ons heen begonnen allerlei dingen te vallen. Ineens stond alles in brand.” Ook binnen het team had de brand grote indruk. Niet alleen omdat het om een nieuw terrein ging – “Het stond er net, de officiële opening was nog niet eens geweest” – ook omdat de eigenaren deel uitmaakten van het brandweerkorps.

Een bijzonder korps. “Het is een hele leuke groep”, besluit Weijs. “En die heeft ook echt wat voor elkaar over. Vorig jaar kregen we de vraag of we de Brandweerwedstrijden wilden organiseren. Binnen no time was er van alles georganiseerd. Iedereen leeft mee in deze hechte groep.”

De groep bedankt Weijs, bij monde van Leusink, van harte voor de afgelopen jaren. Dat werd vanavond zichtbaar: de brandweerploeg haalde Weijs op bij zijn huis.

Gepubliceerd door Enrico Kolk
Van Dijk Containers 500